Q&A over goud
Goud is niet gevoelig voor roest of bederf, en blijft altijd in dezelfde staat. Daardoor is het een geliefd materiaal om sieraden mee te maken, maar ook om mee te handelen. Goud en geld zijn dus sterk met elkaar verbonden. Zeven vragen en antwoorden over goud!

  1. Was goud het eerste betaalmiddel?

Heel vroeger betaalden mensen door spullen of diensten met elkaar te ruilen. Maar dat was niet altijd handig: misschien wil je een paar kippen geven voor een kookpot, maar heeft de pottenbakker geen kippen nodig. In de loop van de tijd werden daarom ruilmiddelen gebruikt die hun waarde langer behielden en niet meteen geruild hoefden te worden voor iets anders: schelpen, zoutblokken of - in Engeland - een stok met strepen, de zogenoemde tally. Al rond 700 voor Christus werd in Turkije betaald met klompjes goud en zilver, maar pas rond 200 voor Christus gingen ook de Kelten en Romeinen gouden en zilveren munten maken en gebruiken.

  1. Waarom werden munten van goud gemaakt?

Goud als munt was handig omdat het niet roest en een zwaar, maar bewerkbaar metaal is. Er is maar een beperkte hoeveelheid goud waardoor de waardevastheid hoog is. Alexander de Grote was de eerste die de kwaliteit en het gewicht van goud heeft vastgesteld en er munten van liet slaan. Gouden munten waren dus de eerste vorm van geld zoals we het nu kennen. Goud werd trouwens door de hoge waarde vooral gebruikt voor grote transacties; in de dagelijkse praktijk betaalden veel mensen met zilvergeld.

  1. Is er evenveel goud als geld op de wereld?

Het transport van goud voor grote betalingen werd een geliefd doelwit voor rovers. Daarom ontstonden er banken. Als klant kreeg je een ondertekend papier dat ingewisseld kon worden voor goud; de voorloper van onze huidige bankbiljetten. Met je bankbiljet kon je naar de bank om jouw goud op te halen. Er was toen net zoveel geld als goud.

Een wereldwijde goudstandaard bestond tot 1971 in de vorm van het systeem van Bretton Woods. De dollar was inwisselbaar voor goud tegen een vaste prijs, en de valuta van overige landen hadden een vaste wisselkoers ten opzichte van de dollar. Zo kon er nooit meer geld worden gecreëerd dan er goud in de wereld was. Dit systeem werd beëindigd door de Amerikaanse president Nixon; hij deed dat om de Vietnamoorlog te kunnen betalen. De vaste verhouding tussen de hoeveelheid goud en geld is toen losgelaten. Sinds die tijd is er meer geld dan goud in de wereld.

  1. Hoeveel goud is er?

De goudvoorraad op aarde is beperkt. De totale hoeveelheid goud die uit de grond is gehaald en nu in alle bestaande sieraden en goudstaven verwerkt is, heeft de omvang van een kubus met zijden van ongeveer 20 meter. Het weegt in totaal ongeveer 180.000 ton. Dat zal niet veel meer worden: die 'kubus' groeit hooguit met enkele centimeters per jaar.

  1. Waar is al dat goud nu?

Het goud is in handen van particulieren (denk aan bijvoorbeeld sieraden), bedrijven en vooral van de grote landen en instituten. De Nederlandse Bank bezit ruim 600.000 kilo goud, wat goed is voor zo'n 26,7 miljard euro (eind 2019). Dat is ongeveer 36 gram goud per inwoner, en daarmee staan we wereldwijd op de zesde plaats.

  1. Kun je zelf goud kopen?


Je kunt natuurlijk een mooie gouden ring uitkiezen bij de juwelier. En als je graag je spaargeld wilt omzetten in goud, kun je ook goudbaren (blokken goud) kopen. Een mini-goudbaartje van een gram heb je voor € 75,-. Wil je een baksteen van een kilo goud kopen, dan moet je iets meer geld meenemen; zo'n € 50.000. Denk er dan wel goed over na waar je die baksteen gaat opbergen!

  1. Kun je nog steeds met goud betalen?

Nog tot in de 20e eeuw werd regelmatig met gouden munten betaald. Tegenwoordig zijn gouden munten vooral een verzamel- of beleggingsobject. Rechtstreeks betalen met goud komt in de meeste landen eigenlijk niet meer voor. Je kunt wel je gouden sieraden bij een juwelier of handelaar in oud goud inwisselen voor geld.